
Een week of drie geleden kreeg ik ineens het idee om op Catawiki te gaan kijken. Een platform waar ze van alles op veilen waaronder wijn. Ik had dat nog nooit gedaan en het kwam eerlijk gezegd uit het niets. Maar al scrollend zag ik best leuke wijnen, en voor je het weet raak je verblind door het idee dat je daar voor een prikkie van alles kunt inslaan. Achteraf valt dat tegen, met de verzendkosten en de commissie die Catawiki er nog bovenop pakt. Maar de eerste indruk was: hé, hier liggen betaalbare wijntjes, en sommige hebben al wat leeftijd.

Dus ik plaatste een bod. Bij Catawiki kun je een automatisch maximumbod instellen: ik wil maximaal tachtig euro betalen, en het systeem biedt voor je mee tot dat plafond. Ik deed dat de dag van tevoren, want de biedingen liepen pas de volgende dag af. Mijn idee was: hier word ik toch wel overboden, want in het laatste uur duikt iedereen erbovenop.
De wijn waar het hier om gaat, is er eentje waar mijn vriendin en ik samen op hadden geboden. Een rode wijn uit de Piemonte: de Pierin van Poderi Vaiot, een Roero uit 2018. Ik dacht toen nog dat Roero een stukje onder Barolo lag, maar dat klopt niet, en daar kom ik straks op terug. Mijn wijnkennis is nog niet super groot, maar dit wist ik wel: het is Nebbiolo, een goede, stevige druif, eentje die ook nog wat kan rijpen.
En toen begon het wachten. De volgende dag zaten we naar de telefoon te kijken, klaar om overboden te worden. Het laatste uur begon. Niks. Het laatste drie kwartier. Nog steeds niks. Een half uur, niks. Vijf minuten te gaan, en nog steeds had niemand hoger geboden. En ja hoor zo won ik mijn eerste kavel op een veiling.
Reken je het achteraf uit, dan betaalden we ruim twintig euro per fles, terwijl je hem in Italië voor een euro of dertien zou kunnen halen. Maar tel de reis hierheen mee, en de jaren die iemand hem in zijn kelder had liggen, en dan vond ik twintig euro nog steeds een redelijke prijs.
We wonnen vier flessen. Een paar dagen later kon ik ze ophalen bij een tabakszaak die dienstdoet als UPS-punt. Ik vond het best bijzonder: mijn eerste veilingaankoop, een doosje wijn dat speciaal voor mij vanuit Italië was verstuurd.
Natuurlijk konden we niet wachten. Diezelfde avond trok ik er een open. Ik had even aan AI gevraagd wat ik het beste kon doen, en die zei: decanteren. Dat dacht ik zelf ook al, want voor dit type wijn was dit nog een jonkie. De Nebbiolo uit dit gebied kun je bij een topproducent dertig, veertig, vijftig jaar laten liggen. En wij dronken hem na een paar jaar. Ze noemen dat in de wijnwereld weleens kindermoord, en zo voelde het ook een beetje. Maar ik wilde hem de beste kans geven, en ik was gewoon te nieuwsgierig.
Een half uur in de decanter, iets gekoeld zodat hij net onder kamertemperatuur zat. Ik rook meteen rood fruit, niet van dat frisse, meer richting kers, en ergens een kruidje verstopt. En toen proeven. Als je niet te veel gekke dingen doet, gewoon doorslikt, is het lekker. Maar zodra je hem laat rollen en er wat lucht bij geeft, voel je de tannines. Heel veel tannines. Niet vies, maar wel stug en zwaar, lastig weg te krijgen.
En dat is precies het punt. Ik denk niet dat dit een slechte wijn was. Ik denk dat ik hem op het verkeerde moment dronk: zonder eten, veel te jong.
Hier moet ik trouwens eerlijk iets rechtzetten, want ik wist het toen niet beter. Ik dacht dat Roero zo'n beetje onder Barolo lag, maar het ligt er ten noordwesten van, aan de overkant van de Tanaro. Zelfde druif, ander gebied. En Roero staat juist bekend om een wat toegankelijker, vaak iets vroeger te drinken Nebbiolo dan Barolo. Dus mijn "kindermoord" was achteraf wat dramatisch. Een Roero uit 2018 op zijn zevende is lang niet zo'n misdaad als ik die avond dacht. Maar goed, het is en blijft een stevig wijntje wat naar mijn mening nog makkelijk 10 jaar zou kunnen blijven liggen.
Om te kijken hoe de wijn zich verder zou ontwikkelen, wilde ik een beetje bewaren tot de volgende dag. Dus ik bewaarde het laatste glas. Wijn terug in de fles, vacuümdop erop, een nacht de koelkast in.

De volgende avond, precies vierentwintig uur later, stond ik kip te bakken voor de dag erna. Ik trok het restje open, liet het opwarmen tot een fatsoenlijke temperatuur, en proefde. Meteen verschil. De tannines waren er nog, maar zachter. Het fruit was niet veranderd. Hij dronk een stuk makkelijker.
En toen nam ik stiekem een hap van die kip. De hele wijn veranderde. De smaak bleef gelijk, maar hij werd soepeler, toegankelijker, minder zwaar. Geen culinair hoogstandje die kip, maar je voelde dat deze wijn vroeg om eten.
Dat is wat ik je wil meegeven. Een wijn kan compleet bagger lijken als je hem op het verkeerde moment drinkt: te jong, te warm, te koud, of zonder dat er eten naast staat. Ik wist van tevoren dat dit niet het ideale moment was. En juist dáárom was het de moeite waard. Want zo leer je wat een wijn lekker maakt, en wat niet.
Dus dit is mijn zet voor jou: haal eens een wijn die je normaal zou laten staan. Eentje die je niet kent, of waarvan je denkt dat het nog niet het moment is. En speel ermee. Drink hem vandaag. Of laat hem juist een avond staan en kijk wat er gebeurt. Bij mij werden die tannines met elk half uur in het glas weer wat zachter, en werd de wijn weer wat beter.
Dat is misschien wel het leukste aan dit alles: je hoeft er niks van te weten om er iets van te leren.